Excelleren heeft meer dan één vorm. Waarom diversiteit in loopformats kinderen en jongeren sterker maakt.
In de Vlaamse loopweken voor scholen(°) wordt bewust gekozen voor een breed palet aan loopformats. Dat gaat van klassieke competitieve lopen met rangschikkingen tot belevingslopen zonder officieel klassement, en in de praktijk vaak om mengvormen. Die keuze is geen afrekening met competitie, maar een doordachte keuze voor sport op maat van uiteenlopende noden en ‘beweegredenen’ bij leerlingen.
Vrijdag 8 mei verschenen in Het Nieuwsblad/Gazet van Antwerpen de artikels 'Geen scores meer bij jeugdvoetbal, en nu ook geen winnaar meer bij ‘belevingsloop’: verdraagt onze jeugd geen competitie meer?' en 'De scholenveldloop moet plaatsmaken voor de belevingsloop: is competitie niet ook deel van de beleving?' De artikels vertrekken van de vaststelling dat het aantal belevingslopen voor scholen de voorbije 5 schooljaren verdubbelde. Ze gaan er evenwel aan voorbij dat de cijfergegevens ook tonen dat in dezelfde periode de prestatielopen verdriedubbelden.
Vanuit deze éénzijdige benadering van de cijfers suggereren de artikels nood aan een scherpe keuze tussen belevingslopen versus competitieve schoollopen voor kinderen en jongeren. Ze koppelen dit aan een uitgesproken opvoedings- en onderwijsvisie: ofwel zetten we in op competitie en excelleren, ofwel op plezier en participatie. Die tegenstelling klinkt helder, maar ze doet geen recht aan hoe kinderen, jongeren én volwassenen vandaag sporten. Wie sport inzet om jongeren écht sterker te maken, moet durven erkennen dat excelleren vele betekenissen kent.

Kinderen bewegen om verschillende redenen
Niet alle kinderen staan met dezelfde motivatie aan de start van een loop. Voor sommigen is competitie dé prikkel: zich meten, verbeteren, winnen (en leren verliezen). Voor anderen primeert plezier, samen bewegen of het overwinnen van een persoonlijke drempel. Er zijn kinderen die floreren in een competitief kader en kinderen die net daardoor afhaken.
Die diversiteit aan motivaties is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een realiteit waarmee rekening moet worden gehouden. Net daarom kiezen scholen, lokale besturen en sportorganisatoren – binnen en buiten de schoolsport – steeds vaker voor een aanbod met meerdere instapmogelijkheden. Ook binnen de Vlaamse Loopweken zien we dat: zelden gaat het over ‘of competitie, of beleving’, maar over het zoeken naar het juiste evenwicht, afgestemd op de leerlingen en hun context.
Ook de opbrengst van sport verschilt
Wat kinderen en jongeren uit sport halen, is minstens even divers. Voor de ene is sport vooral plezier en ontspanning, voor de andere een sociale ontmoetingsplek, een manier om mentaal sterker te worden of zelfvertrouwen op te bouwen. Voor velen is sport een eerste stap richting levenslang gezond bewegen. En ja, voor een deel vormt sport ook een weg richting prestaties, competities en zelfs topsport.
Wie sport reduceert tot winnen of verliezen, miskent die brede maatschappelijke waarde. Tegelijk zou het fout zijn om competitie weg te duwen als iets negatiefs. Excelleren kan betekenen: de snelste zijn. Maar evengoed: je grenzen verleggen, volhouden, zelf beter doen dan gisteren.
Jong gedaan, oud geleerd
Een blik op de loopcultuur bij volwassenen maakt dat meteen duidelijk. Lopen zit in de lift, net omdat het aanbod zo divers is. Sommigen schrijven zich in voor wedstrijden en jagen op tijden en rankings. Voor anderen gaat het om de belevingscontext, het avontuurlijke, de nieuwe ervaringen. Nog anderen lopen recreatief, in groep of alleen, zonder enige interesse in klassementen. Veel volwassenen lopen niet tegen anderen, maar tegen zichzelf.
Niemand zou vandaag pleiten voor één uniforme loopformat voor volwassenen. Waarom zouden we die veelzijdigheid dan niet gunnen aan kinderen en jongeren? Die herkenbaarheid maakt duidelijk dat belevingslopen geen teken van ‘verzachting’ zijn, maar van realisme, van tegemoetkomen aan noden.
Schoolsport is geen clubsport
In dit debat is ook het onderscheid tussen schoolsport en jeugdsport in clubverband cruciaal. Schoolsport bereikt alle kinderen, ongeacht talent, sportachtergrond of thuiscontext. Dat vraagt om een inclusieve aanpak waarin positieve sportervaringen centraal staan. Clubsport, zeker in competitief verband, heeft een andere logica, met selectie, ranking en doorgroei.
Beide contexten zijn waardevol, maar ze zijn niet uitwisselbaar. Schoolsport is geen vooropleiding voor topsport, maar een fundament waarop kinderen hun eigen relatie met bewegen en sport kunnen uitbouwen. Competitieve clubsport heeft niet tot doel elk kind in beweging te brengen, maar jonge mensen met specifieke talenten het beste uit zichtzelf te laten halen.
En in Vlaanderen mogen we er trots op zijn dat er van beide, school-én clubsport, een rijk en divers aanbod is.
Excelleren als verbindend principe
In onderwijs en sport klinkt vaak het woord ‘excelleren’. Terecht. Maar excelleren hoeft geen eenzijdige invulling te krijgen. Soms betekent het presteren en winnen. Soms betekent het ontdekken, groeien en volhouden waar je goed in bent.
De Vlaamse Loopweken (en bij uitbreiding de hele schoolsport) vertrekken precies vanuit dat uitgangspunt: niet of-of, maar wel en-en. Niet door één loopformat op te leggen, maar door ruimte te laten voor ontwikkeling op maat.
Belevingslopen en competitieve lopen zijn geen tegenpolen, maar complementaire vormen binnen deze visie. Wie dat erkent, investeert niet alleen in sterke sporters, maar vooral in sterke, veerkrachtige kinderen en jongeren.
(°) De Vlaamse Loopweken is een initiatief van MOEV, Sport Vlaanderen en Atletiek Vlaanderen in samenwerking met gemeentes. De Vlaamse Loopweken vinden elk schooljaar plaats tijdens het eerste trimester en stimuleren leerlingen via allerlei loopevents om duurzaam te sporten. Het aantal deelnemende gemeentes en deelnemers stijgt nog altijd jaarlijks: in 2025 namen 241 gemeentes deel en bijna 275.000 leerlingen. (bron: Sport Vlaanderen/kennisplatform)
